Alle spelregels

5.5 Hervatting na time-out

Bij de hervatting na een time-out mogen de spelers elke positie in het speelveld innemen, rekening houdend met de spelregels met betrekking tot het nemen van hoekworpen. 

6.1 Capkleur teams

Het eerstgenoemde team dat in het officiële programma wordt vermeld, draagt witte caps of caps in de kleur van hun land en begint de wedstrijd aan de linkerkant van de jurytafel. Het andere team draagt blauwe caps of caps met een contrasterende kleur en begint de wedstrijd rechts van de jurytafel. 

6.2 Opstelling begin periode

Aan het begin van elke periode stellen de spelers zich op, op hun respectievelijke doellijnen, ongeveer een meter uit elkaar en minstens een meter van de doelpalen. Tussen de doelpalen liggen niet meer dan twee spelers. Geen enkel lichaamsdeel van een speler mag zich op waterniveau over de doellijn bevinden. 

6.4 Opstelling na doelpunt

Nadat een doelpunt is gescoord, nemen de spelers een willekeurige positie op hun eigen helft van het speelveld in. Geen enkel deel van het lichaam van een speler mag zich op waterniveau over de middenlijn bevinden. Een scheidsrechter hervat de wedstrijd met een fluitsignaal. Op het moment van de spelhervatting wordt het daadwerkelijke spel hervat wanneer de bal de hand verlaat van een speler van het team dat het doelpunt niet heeft gescoord. Een hervatting die niet in overeenstemming is met deze spelregel, moet worden overgenomen. 

7.1 Wanneer doelpunt toekennen

Er is een doelpunt gescoord wanneer de bal de doellijn, tussen de doelpalen en onder de dwarslat volledig is gepasseerd. De doellijn is een denkbeeldige laserlijn die aan de voorzijde van de ene doelpaal naar de andere doelpaal loopt. Er is een doelpunt gescoord wanneer de bal de doellijn volledig is gepasseerd, zoals in positie D is weergegeven en mag van overal in het speelveld worden gescoord door elk deel van het lichaam, behalve met gebalde vuist. 

Schermafbeelding 2023 08 18 om 22.35.09

7.2 Doelpunt scoren

Er kan een doelpunt worden gescoord: 

(a) bij het begin of elk herbegin van de wedstrijd, nadat ten minste twee spelers (van één van beide teams, maar met uitzondering van de keeper die verdedigt) de bal bewust hebben gespeeld of aangeraakt; 

(b) uit een strafworp; 

(c) als een speler de bal uit een vrije worp in zijn eigen doel gooit; 

(d) uit een direct schot uit een doelworp of hoekworp of uit een direct schot uit een vrije worp toegekend buiten het 6 metergebied; 

(e) door een speler die de bal zichtbaar in het spel brengt bij het begin of herbegin van het spel buiten het 6 metergebied 

i. na het opzwemmen of het begin van een periode; 

ii na een time-out of een doelpunt; 

iii na een blessure; 

iv na vervanging van een cap; 

v nadat de scheidsrechter de bal heeft opgevraagd of een neutrale inworp heeft toegekend; 

vi wanneer de bal via de zijkant het speelveld heeft verlaten; 

vii wanneer een vrije worp wordt genomen die is toegekend buiten het 6 metergebied; 

viii na elke andere vertraging. 

7.3 Wanneer is een doelpunt geldig

Er is en doelpunt gescoord als, na het verstrijken van 20 of 30 seconden balbezit of aan het einde van een periode, de bal zich in vlucht bevindt of in de richting van het doel beweegt en in het doel gaat. Dit geldt ook nadat de bal via het water is getaterd of de doelpaal, de dwarslat, de keeper of een andere speler heeft geraakt, behalve wanneer de bal opzettelijk is gespeeld of aangeraakt door een andere aanvaller. 

8.1 Gewone fouten

Het maken van een van de volgende overtredingen (VI.8.2 tot VI.8.15) is een gewone fout en wordt bestraft met het toekennen van een vrije worp aan de tegenpartij, tenzij anders bepaald in de spelregels. 

8.2 Te vroeg uitzwemmen

Voorbij de doellijn gaan (te vroeg uitzwemmen) aan het begin van een periode, voordat de scheidsrechter het startsignaal heeft gegeven. De vrije worp wordt genomen vanaf de plaats waar de bal is of, als de bal niet in het speelveld is gebracht, vanaf de middenlijn. 

8.5 Staan op de bodem

Actief deelnemen aan het spel terwijl men op de bodem van het zwembad staat, lopen wanneer het spel bezig is of van de bodem van het zwembad springen om de bal te spelen of een tegenstander aan te vallen. Deze regel is niet van toepassing op de keeper binnen zijn eigen 6 metergebied. 

8.6 Bal onder water

Het volledig onder water duwen of onder water houden van de bal wanneer men wordt aangevallen, of de bal opzettelijk verbergen voor de tegenstander. 

8.10 Doelgebied

In het doelgebied van de tegenstander liggen, behalve achter de lijn van de bal. Het is geen overtreding als een speler binnen de 2 meter lijn maar buiten het doelgebied ligt. Elke speler die achter de lijn van de bal ligt, mag het doelgebied in gaan om de bal te ontvangen. Elke speler in het doelgebied die niet schiet maar de bal achteruit gooit, moet het doelgebied onmiddellijk verlaten om te voorkomen dat hij volgens deze regel wordt bestraft.

Bekijk de video

Speelveld weergave

Terugkomvak en 2 meter weergave

8.12 Te lang balbezit

In balbezit blijven zonder op het doel van de tegenstander te schieten gedurende meer dan: (i) 30 seconden werkelijk spel, of (ii) 20 seconden werkelijk spel in het geval van een uitsluiting, hoekworp of rebound van het team dat aanvalt na een schot of strafworp. 

De tijdwaarnemer die de tijdsduur van het balbezit bijhoudt, moet de schotklok terugzetten: 

  1. (a) wanneer de bal de hand van de speler heeft verlaten die op doel schiet. Als de bal in het spel terugkomt vanaf de doelpaal, dwarslat, een speler of de keeper, begint de tijdsduur van het balbezit niet voordat de bal in het bezit is van een van de teams. De schotklok wordt teruggezet op 20 seconden als de bal in het bezit komt van het team dat aanvalt. De schotklok wordt teruggezet naar 30 seconden als de bal in het bezit komt van het team dat verdedigt; 
  2. (b) wanneer de bal in het bezit komt van het team dat verdedigt, wordt de schotklok teruggezet op 30 seconden. 
  3. (c) wanneer de bal in het spel wordt gebracht na het toekennen van een uitsluitingsfout aan een verdediger, zal de schotklok worden teruggezet op 20 seconden, tenzij er meer dan 20 seconden balbezit over zijn. In dat geval zal de tijd doorlopen en niet worden teruggezet; 
  4. (d) wanneer de bal in het spel wordt gebracht na het nemen van een strafworp zonder balwisseling of hoekworp, wordt de schotklok teruggezet op 20 seconden; 
  5. (e) wanneer de bal in het spel wordt gebracht na het toekennen van een strafworp met een verandering van balbezit, een doelworp of een neutrale inworp, wordt de schotklok teruggezet op 30 seconden. Zichtbare klokken geven de tijd op aflopende wijze aan (dat wil zeggen, de resterende tijd van het balbezit). 

9.1 Uitsluitingsfouten

Het maken van een van de volgende overtredingen (VI 9.4 t/m VI 9.18) is een uitsluitingsfout en wordt bestraft (tenzij anders bepaald in de regels) met het toekennen van een vrije worp aan de tegenpartij en uitsluiting van de speler die de overtreding maakte.