Alle spelregels

10.8 Niet gerechtigde speler

Een speler of wisselspeler die in het speelveld komt en die volgens de spelregels op dat moment niet gerechtigd is om aan de wedstrijd deel te nemen. De speler die de overtreding begaat wordt ook uitgesloten voor de rest van de wedstrijd met vervanging. De wisselspeler mag in het speelveld komen nadat een van de voorvallen bedoeld in VI 9.3. zich voordoet. 

10.10 Doelpunt voorkomen

Elke actie van de coach, een teamofficial of een speler, met de bedoeling een waarschijnlijk doelpunt te voorkomen of de wedstrijd te vertragen, waaronder: 

(a) een verdediger die de bal opzettelijk weggooit voordat het team dat aanvalt een vrije worp kan nemen.

(b) een verdediger die, na een vrije worp buiten de 6 meterlijn, de bal opzettelijk binnen de 6 meterlijn duwt om een direct schot te voorkomen. 

Er wordt geen persoonlijke fout genoteerd voor deze overtreding als deze overtreding door de coach of een team official wordt gemaakt. 

SANCTIE: Strafworp

10.11 Van achteren hinderen

Een verdediger die een aanvaller van achteren hindert binnen het 6 metergebied wanneer de aanvaller zijn gezicht naar het doel heeft en een schietactie uitvoert, tenzij de verdediger alleen contact maakt met de bal. Als de overtreding van de verdediger die in deze spelregel wordt beschreven, de aanvaller verhindert te scoren, moet er ook voor een strafworp worden gefloten. De scheidsrechter stelt het fluiten voor een strafworp uit totdat het schot of de poging tot een schot is voltooid en moet een strafworp toekennen, tenzij de aanvaller scoort. 

10.12 Strafworp weigeren

Als in de laatste minuut van de wedstrijd een strafworp aan een team wordt toegekend, mag de coach ervoor kiezen om balbezit te behouden en een vrije worp te krijgen. De tijdwaarnemer die balbezit registreert, zet de klok terug op 30 seconden en de wedstrijd wordt hervat als na een time-out. 

Het is de verantwoordelijkheid van de coach om direct een duidelijk teken te geven als het team balbezit wil behouden in overeenstemming met deze spelregel. 

11.1 Vrije worpen

Een vrije worp wordt genomen op de plaats waar de bal is, tenzij de bal na een overtreding van een verdediger binnen het doelgebied is. Dan wordt de vrije worp genomen op de 2 meter lijn tegenover de plaats waar de bal is. Als de bal buiten het doelgebied is op het moment dat de fout wordt toegekend, wordt de vrije worp genomen vanaf de plaats waar de bal is. 

11.2 Vrije worp: Bal in het spel brengen

Een speler die een vrije worp heeft gekregen, moet de bal zonder onnodige vertraging in het spel brengen, daarbij inbegrepen door te plaatsen of door te schieten, als dat is toegestaan door de spelregels. Het is een gewone fout als een speler die duidelijk in de positie is om een vrije worp te nemen, dit niet doet.

Een verdediger die een overtreding heeft begaan, moet minimaal 1 meter verwijderd zijn van de speler die de vrije worp neemt, voordat hij een arm mag opsteken om een pass of schot te blokkeren; een speler die dit niet doet, wordt uitgesloten wegens "hinderen" onder VI.9.5. 

11.3 Vrije worp zonder vertraging nemen

De vrije worp moet zonder onnodige vertraging worden genomen door de speler die het dichtst bij de bal is, op een manier die de spelers in staat stelt waar te nemen dat de bal zichtbaar de hand verlaat van de speler die de worp neemt. De speler mag de bal ook meevoeren of dribbelen met de bal voordat hij de bal naar een andere speler plaatst, of schiet, als dit is toegestaan. De bal is onmiddellijk in het spel wanneer hij de hand verlaat van de speler die de vrije worp neemt. 

11.4 Vrijeworp en bal buiten het speelveld

Er wordt ook een vrije worp toegekend tegen het team dat de bal het laatst heeft aangeraakt voordat deze buiten het speelveld ging (inclusief de bal die terugkaatst van de zijde van het speelveld), behalve in het geval van een veldspeler die verdedigt en een schot blokkeert waarna de bal over de rand van het speelveld gaat. In dat geval wordt een vrije worp gegeven aan het team dat verdedigt. 

12.1 Doelworp toekenning

Er wordt een doelworp toegekend wanneer de bal de doellijn helemaal is gepasseerd, behalve tussen de doelpalen en onder de dwarslat, en het laatst is aangeraakt door een andere speler dan de keeper van het team dat verdedigt. 

12.2 Doelworp nemen

De doelworp moet volgens VI.11.3 zonder onnodig oponthoud worden genomen door een speler van het team, vanaf een willekeurige plaats in het 2 metergebied, of van de plaats waar de bal is, als deze buiten het 2 metergebied is. Een doelworp die niet volgens deze spelregel wordt genomen, wordt overgenomen. 

13.1 Hoekworp

Er wordt een hoekworp toegekend wanneer de bal, de doellijn helemaal is gepasseerd, behalve tussen de doelpalen en onder de dwarslat, en het laatst is aangeraakt door de keeper van het team dat verdedigt of wanneer een verdediger de bal opzettelijk over de doellijn gooit. 

13.2 Hoekworp nemen

De hoekworp moet volgens VI.11.3 zonder onnodig oponthoud worden genomen door een speler van het team dat aanvalt vanaf de 2 meter markering aan de kant waar de bal over de doellijn is gegaan. De worp hoeft niet te worden genomen door de dichtstbijzijnde speler. 

14.1 Neutrale inworp

Een neutrale inworp wordt toegekend wanneer: 

(a) aan het begin van een periode een scheidsrechter van mening is dat de bal zodanig terecht is gekomen dat dit duidelijk in het voordeel is van één van de teams; 

(b) één of meer spelers van beide teams op hetzelfde moment een gewone fout maken waardoor het voor de scheidsrechters onmogelijk is om te onderscheiden welke speler als eerste de overtreding maakte; 

(c) beide scheidsrechters op hetzelfde moment fluiten om een gewone fout toe te kennen voor verschillende teams; 

(d) geen van beide teams balbezit heeft en een of meer spelers van de beide teams op hetzelfde moment een uitsluitingsfout maken. De neutrale inworp wordt genomen nadat de spelers die de overtreding maakten, zijn uitgesloten; 

(e) de bal een hindernis boven het water raakt of daarop vast komt te zitten. 

14.2 Neutrale inworp door scheidsrechter

Bij een neutrale inworp gooit een scheidsrechter de bal in het speelveld op ongeveer dezelfde positie als waar het voorval plaatsvond, op een zodanige manier dat de spelers van beide teams een gelijke kans hebben om de bal te bemachtigen. Een neutrale inworp binnen het doelgebied wordt genomen op de 2-meterlijn. 

15.1 Stafworpen

Een strafworp wordt genomen door een speler van het team aan wie de worp is toegekend vanaf een punt op de 5 meterlijn van de tegenstander. 

15.2 Opstelling tijdens strafworp

Alle spelers moeten het 6 metergebied verlaten en liggen minstens drie meter verwijderd zijn van de speler die de strafworp neemt. Op de 6 meterlijn, aan elke kant van de speler die de strafworp neemt, heeft één speler van het team dat verdedigt het eerste recht om positie in te nemen. De keeper die verdedigt neemt plaats tussen de doelpalen, waarbij geen enkel deel van het lichaam van de keeper zich op waterniveau over de doellijn bevindt. De scheidsrechters kunnen één keer een waarschuwing geven aan de spelers of de keeper om de juiste positie in te nemen. Als die persoon dit niet doet, wordt de speler of keeper uitgesloten en moet hij opnieuw in het veld komen in overeenstemming met VI.9.3. 

Bekijk video

Opstelling bij strafworpen

15.3 Procedure strafworp

Wanneer de scheidsrechter die de strafworp laat nemen ervan overtuigd is dat de spelers op hun juiste posities liggen, geeft de scheidsrechter een teken om de worp te nemen, door een fluitsignaal en tegelijk zijn arm van een verticale naar een horizontale positie te laten zakken. 

15.4 Het nemen van een strafworp

De speler die de strafworp neemt, heeft balbezit en gooit deze onmiddellijk met een ononderbroken beweging rechtstreeks naar het doel. De speler mag de worp nemen door de bal uit het water op te tillen, of met de bal in de opgeheven hand. De bal mag naar achteren bewogen worden als voorbereiding op een voorwaartse worp, op voorwaarde dat de beweging niet onderbroken wordt voordat de bal de hand van de nemer verlaat. 

15.5 Strafworp die terugkaatst

Als de bal terugkaatst van de doelpaal, dwarslat of keeper, blijft hij in het spel en is het niet nodig dat een andere speler de bal speelt of aanraakt voordat er een doelpunt kan worden gescoord. 

15.6 Strafworp aan einde periode

Als precies op het moment dat de scheidsrechter een strafworp toekent, de tijdwaarnemer fluit voor het einde van een periode, moeten alle spelers, behalve de speler die de worp neemt en de keeper die verdedigt, het water verlaten voordat de strafworp wordt genomen. In deze situatie is de bal onmiddellijk dood als hij terugkaatst in het spel vanaf de doelpaal, de dwarslat of de keeper.